Vier stellingen omtrent het Internet of Things in Nederland

Publicatiedatum: afbeelding bij

Het Internet of Things (IoT) is hot. Veel internationale bedrijven hebben hun eerste schreden in het IoT-domein gezet, maar hoe zit dat eigenlijk in de Nederlandse markt? Om hierachter te komen organiseerde SAS recent een ronde tafel. Aan de hand van vier stellingen een een onderzoek van SAS onder 75 pioniers in IoT, besprak een divers pluimage van deelnemers de laatste ontwikkelingen en eigen ervaringen.

Een namiddag over de toepassingen van het Internet of Things, dat is zeker geen garantie voor een rustige sit back & relax-sessie. Gelukkig was dat ook niet waar de deelnemers van de ronde tafel naar op zoek waren. Vertegenwoordigers uit allerlei sectoren, van de energiesector en retail tot de universitaire wereld, wilden voornamelijk gebruikerservaringen delen. Alle deelnemers hadden namelijk twee dingen gemeen: een grote interesse in de ontwikkeling van IoT en op zijn minst de eerste stappen gezet met een pilot-project binnen hun organisatie.

Oude wijn in nieuwe zakken

Tijdens de bijeenkomst werden vier stellingen besproken. Er werd afgetrapt met: ‘IoT is oude wijn in nieuwe zakken’. Er is geen goed omlijnde definitie van wat er nu precies nieuw of vernieuwend is binnen een IoT-project. Sensortechnologie bestaat al langer en ook het met elkaar verbinden van machines en het analyseren van die sensor-data is niet nieuw. Deelnemers vanuit de telecom- en infrastructuurbranche haakten hier snel op in met een update over de laatste innovaties in netwerk- en sensortechnologie: Tegenwoordig zijn de kosten nog geen fractie van vroeger en er is daarbij maar een minimale hoeveel energie nodig. Om een voorbeeld te geven; met een batterij kan een sensor nu jarenlang mee. Daarnaast is het mogelijk om veel sensoren op grote schaal in te zetten en data met andere gegevens in realtime te combineren. Het IoT kan hierdoor ook ingezet worden in de digitalisering van allerlei bedrijfsprocessen.

Edge computing

Naast die eenvoudige, zuinige sensoren is er een tweede trend ingezet: ‘edge computing’. Hierbij gebeurt de dataverwerking zo dicht mogelijk bij de sensor. Een deel van de analyse wordt dus al bij de sensor gedaan en alleen de resultaten worden doorgestuurd naar een tweede niveau. Naast de zuinige sensoren is dit ook een ontwikkeling om rekening mee te houden. 

Impact wordt onderschat

De tweede stelling van de middag was: ‘De impact van IoT wordt onderschat’. Door de diverse groep aan deelnemers, was dit een interessant onderwerp. Een deelnemer met een sterke logistieke keten gaf aan dat binnen zijn organisatie alles op ‘piekbelasting’ wordt afgestemd. Data vanuit het IoT kan helpen om enkele percentages minder pieken te hebben. Logischerwijs levert dat al snel grote besparingen op. Voorwaarde hiervoor is dat een organisatie de data snel kan inventariseren en inzetten. Een andere deelnemer vertelde over zijn organisatie, een bedrijf met een groot aantal klanten. Hier is de klantverwachting de driver. Producenten hebben zelden contact met de eindklant, maar daar zou dankzij het IoT wel eens verandering in kunnen komen.

Wel of geen partners

Over de derde stelling van de middag was absoluut geen eensgezindheid: ‘ik kan de hele IoT-keten zelf invullen - partners zijn hierbij niet nodig’. Een deelnemer vanuit de energiesector vertelt dat zijn organisatie de keten zo goed als zelf invult. Er wordt technologie ingekocht, maar de integratie en operations komt voor de rekening van de eigen organisatie. Dit is niet zo gek, omdat de automatische sturing van een energienetwerk sterk afhangt van de snelle respons op sensordata. Omdat het deel uitmaakt van de kernprocessen van een energiebedrijf, is het begrijpelijk dat ze hierin zelfstandig willen opereren. Maar dit geldt zeker niet voor iedere organisatie. Tijdens de discussie bleek een andere deelnemer een contractor in te huren voor het plaatsen en vernieuwen van de sensoren. Zijn motto: laat die maar zorgen dat alles draait en de data als een dienst leveren, net zoals er een partij in dienst is voor het onderhoud en de service van de verwarmingsinstallatie. 

Verandermanagement

De laatste stelling was: ‘IoT vereist verandermanagement’. Tijdens de discussie werden een aantal mooie voorbeelden besproken van hoe Nederlandse organisaties hun innovatiebeleid voeren. Een deelnemer vertelde dat een aantal technologieën - zoals IoT - binnen zijn organisatie als disruptief worden gezien. Het actieplan is dan als volgt: Er wordt een team opgesteld met innovatiemanagers, die de mogelijkheden vanuit de technologie doorgronden. Hierna kijken de verantwoordelijken voor business en commercie naar de toegevoegde waarde voor hun part of the business. De nieuwe technologie wordt zo niet alleen vanuit een IT-perspectief bekeken. Leveranciers, zo werd duidelijk tijdens de discussie, komen ook steeds vaker aan tafel met andere aanspreekpunten binnen een organisatie. Vroeger zaten ze steevast met IT-innovatiemanagers aan tafel, vandaag de dag zijn dat steeds vaker business-eindgebruikers.

Standaardisering

Er is behoefte aan standaardisering, is een conclusie die getrokken kan worden na het bespreken van de vier stellingen. Standaardisering moet het samenwerken tussen meerdere partijen vereenvoudigen. Dat kan zowel op het niveau van het (draadloze) netwerk, de data en ook de applicaties die met elkaar moeten kunnen communiceren. De verwachting is dat de standaard door de markt bepaald zal worden. De overheid regelt de governance eromheen. Meerdere partijen zorgt voor inspiratie over en weer en leidt tot synergiën die anders niet zouden ontstaan.

Profiel SAS

SAS

SAS is marktleider in analytics. Met innovatieve analytics, business intelligence en data management software en dienstverlening, helpt SAS klanten op meer dan 83.000 locaties sneller, betere beslissingen te nemen. Al sinds 1976 levert SAS haar klanten wereldwijd 'THE POWER TO KNOW'.

Profiel SAS ›